Vragen & Antwoorden

Navigeren door de wet- en regelgeving rondom onderwijs en leerplicht kan complex zijn. Om je snel op weg te helpen, hebben we de meest voorkomende vragen en heldere antwoorden voor je op een rij gezet. Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

1. Kan ik nog steeds als vanouds kennisgeving voor beroep op vrijstelling doen?

Wat mij betreft doet u nog steeds als vanouds kennisgeving: zonder scholenlijst en zonder toelichting. De Hoge Raad wil sinds 21 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:658) “een volle toets” van uw “overwegende bedenkingen” laten uitvoeren, maar heeft daar geen centrale deskundige voor aangewezen.

Àls er al iets redelijks te beoordelen zou (kunnen) zijn, ontbreekt het nu minstens aan legaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Lokale of regionale leerplichtambtenaren zijn voor een levensbeschouwelijke en/of religieuze toets beslist niet de juiste persoon. U maakt u dus kwetsbaar voor willekeur.

Bovendien vraagt de leerplichtambtenaar u om gegevens die op grond van de AVG, de Wet register onderwijsdeelnemers en het Besluit register onderwijsdeelnemers niet mogen worden verwerkt/geregistreerd. De wetgever heeft ondanks 60 wijzigingen van de Leerplichtwet 19169, artikel 5 lid b ongemoeid gelaten. De drie stappen in één arrest die de Hoge Raad neemt zijn dermate politiek en levensbeschouwelijk dat zij ver buiten de reikwijdte van de strafrechter moeten liggen. (Dat zei de HR ook zelf in 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1925 Zoek op die pagina maar eens op het woord “onverkort” en lees die hele alinea).

2. De gemeente heeft mijn beroep op vrijstelling afgewezen. Wat nu?

De Raad van State heeft meer dan eens uitgesproken dat er geen enkele bevoegdheid voor een gemeente (college van B&W) is, om een beslissing te nemen over uw beroep op vrijstelling. Er valt dus wettelijk gezien niets “af te wijzen”. De gemeente zal ook zeggen dat zij “geen besluit” heeft genomen en rechters nemen dat abusievelijk maar hardnekkig ook aan: “Er is geen besluit dus kunt u niet in bezwaar en beroep”. Men gaat er aan voorbij dat daarmee de rechtsbescherming tegen dit gemeentelijk gedrag ook verdwenen is. Het is natuurlijk te gek dat je je gelijk pas bij de strafrechter zou kunnen halen.

Hier was de Raad van State het meest duidelijk: ECLI:NL:RVS:2000:AA4634

In 2009 is de Raad van State dat nog steeds van mening dat de gemeente niets mag besluiten, en één van de toenmalige staatsraden bevestigde mij in een gesprek dat er ook geen sprake is van een bestuurlijk rechtsoordeel. De Raad formuleerde ditmaal echter iets waarmee anderen aan de haal zijn gegaan. De Raad schreef:

Uit het vorenstaande volgt, naar de rechtbank terecht heeft overwogen, dat het college niet bevoegd was en is ter zake van de kennisgeving van [appellanten] een inhoudelijke beslissing te nemen. De brief van 29 juni 2007 kan, gelet op de inhoud en strekking daarvan, niet worden aangemerkt als een weigering om vrijstelling op grond van artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet te verlenen, maar behelst slechts mededelingen van louter informatieve aard. De brief bevat derhalve geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Of wordt voldaan aan de door de Leerplichtwet gestelde voorwaarden, kan uitsluitend worden beoordeeld in het kader van een strafrechtelijke procedure wegens overtreding van het bepaalde in de Leerplichtwet.”

Die laatste zin kan in het licht van het voorgaande natuurlijk nooit gelezen worden als een opstap naar het strafrecht voor elk beroep op vrijstelling. De lezing van die tekst moet uiteraard zijn dat als iemand duidelijk in verzuim is (te late kennisgeving, duidelijk onjuiste grondslag en dergelijke) dat dan een beroep op de rechter kan worden gedaan.

In feite handelt de gemeente dus onbevoegd. Men probeert dat echter te maskeren door te stellen dat er ook geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar dat slechts “een mededeling van louter informatieve aard” wordt gedaan. Onzinnig. Ik kom daar elders op terug, maar u voelt wel aan dat zo’n mededeling nooit rechtsgevolgen mag inluiden.

Er staan meerdere wegen open tot handelen. Ik bespreek binnenkort vier wegen beknopt onder de FAQ.

3. De gemeente nodigt mij uit voor een gesprek. Moet ik gaan?

Nee. Zulke gesprekken moeten worden afgeraden.

De leerplichtambtenaar, en zeker de leerplichtambtenaar die zich mee heeft laten zuigen in het zog van Ingrado, heeft te vaak een bril op die “verzuim” heet in plaats van vrijgesteld.

Bovendien ga je praten over als vertrouwelijk en persoonlijk te beschouwen gegevens in de zin van de AVG en de Wet register onderwijsdeelnemers. Die beide wetten verbieden onder andere het verwerken van gegevens van levensbeschouwelijke en religieuze aard.

Hieronder heb je een nette tekst om je aan te oriënteren en zo’n gesprek te weigeren en de vragen die ze je willen stellen schriftelijk te laten stellen: Die nummering moet je uiteraard niet over te nemen. De tekst zelf beter ook niet. Die nummering dient alleen voor de uitleg onderaan.

Geacht college (cc de leerplichtambtenaar of een BRL of een  team leerplicht, wat je gemeente ook maar heeft)

1) Dank voor uw nadere toelichting en voor uw uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan.

2) Ik waardeer de menselijke intentie achter die uitnodiging. In een andere omstandigheid zou ik graag een kop thee met u drinken, en elkaar leren kennen en vertellen over de manier waarop wij als gezin leven, leren en ons ontwikkelen.

3) De omstandigheid waarin u mij nu uitnodigt, is echter niet vrijblijvend. U vraagt mij mijn 4) levensovertuiging en de daaruit voortvloeiende 5) gemoedsbezwaren nader toe te lichten, met het uitdrukkelijke doel deze te toetsen aan het juridische kader dat 6) u verbindt aan artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet. Aan de uitkomst van die 7) beoordeling kunnen vervolgens voor mij en mijn kinderen 8) rechtsgevolgen worden verbonden.

9) Daarmee heeft het door u voorgestelde gesprek naar zijn aard een formeel karakter. Juist daarom acht ik het van belang dat zowel mijn woorden als de precieze vragen waarop ik antwoord zorgvuldig worden vastgelegd. Ik geef er dan ook de voorkeur aan om binnen deze verhouding tussen overheid en burger 10) schriftelijk te communiceren. Dat staat geheel los van mijn bereidheid tot persoonlijk contact.

Ik zal mij daarom eerst nader beraden op uw brief, het daarin aangehaalde toetsingskader en de betekenis die 11) u daaraan toekent. Van uw uitnodiging voor een gesprek maak ik op dit moment geen gebruik.

12) Mijn kennisgeving van (datum) blijft onverkort gehandhaafd. 13) Voor zover u naar aanleiding daarvan nadere vragen aan mij wilt voorleggen, ontvang ik die graag schriftelijk.

Met vriendelijke groet, blabla.

1) altijd netjes zijn. 2) verbinden op het menselijke vlak. 3) constateren dat dit niet zomaar een gesprek is. 4) levensovertuiging/levensbeschouwing en religie zijn beschermde persoonsgegevens. 5) het woord gemoedsbezwaren is van belang. Die zogenaamde “overwegende bedenkingen” zijn tekst van de wet en rechters, maar het is van belang die te blijven kwalificeren als gemoedsbezwaren. 6) Dat “u verbindt” sorteert er vast op voor dat u opmerkt dat dit “slechts” een gemeentelijk standpunt is, en niet de wet. 7) klassiek mocht er en mag er nog steeds niets “beoordeeld” worden, en hoe dan ook al niet door iemand die geen scholing van filosofische of theologische aard heeft gehad. 8) Rechtsgevolgen. Zeer belangrijk om te vermelden, wat er zijn onmiskenbaar en ook beoogde rechtsgevolgen. 9) Het is dus een formeel gesprek, geen persoonlijk gesprek. 10) het juist en door u zelf vastleggen van hetgeen u zou willen zeggen (nogmaals in het huidige tijdsgewricht, “post HR:2026:658” is het des te belangrijker om eerst de wet weer geldend te krijgen, en niet wat men daar zo’n beetje van vindt en mee wil.) 11) Opnieuw subtiel voorsorteren op “u vindt dat, maar dat is niet de wet”. 12) Je bent van rechtswege vrijgesteld. Niet na wat voor beoordeling dan ook. 13) Ja, vragen dus schriftelijk. (In een later stadium, kun je nog wijzen op de behoorlijkheidswijzer van de nationale Ombudsman)

4. De gemeente roept me op voor een verhoor. Moet ik gaan?

Voor het moment (augustus 2026) is er veel ruis, als gevolg van het arrest ECLI:NL:HR:2026:658. Een voorlopig advies is dit:

Als rechtsfundamenten gelden hier:

1)“Nemo tenetur”

(dat is het recht dat u niet aan uw eigen veroordeling hoeft mee te werken, u vindt daarover van het Nederlands Juristen Comitee voor Mensenrechten hier een uitleg. En bovendien heeft te gelden:

2) de onschuldpresumptie

(U bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen. daarover schrijft het NJCM hier)

Veel gemeenten volgen momenteel een handreiking die door Ingrado is geschreven, en waarvan het raadselachtig is wat die handreiking op de website van het Openbaar Ministerie doet, zonder dat daar iemand van het OM voor verantwoordelijk lijkt.

Tevens is Ingrado verantwoordelijk voor een ambtsinstructie die, net als die handreiking, in strijd is met fundamentele rechtsbeginselen en op diverse plaatsen ook rechtstreeks in strijd met de wet.

Op die basis naar een verhoor gaan zal u vooral kwetsbaar maken voor willekeur en onkunde, zeker als u juridisch niet onderlegd bent. Het advies is om een schriftelijke verklaring in te sturen in plaats van naar een verhoor te gaan. U moet die verklaring door de leerplichtambtenaar bij de processtukken laten voegen.

5. Help! Ik ben gedagvaard, wat nu?

Nader in te vullen / Nog uit te werken

Staat je vraag er niet tussen?

Geen zorgen. Iedere situatie is uniek. Neem gerust contact met ons op via ons contactformulier of stuur een mail naar michael@artimedes.org. We denken graag met je mee.